Tijdlijn risico op erfelijke maagkanker

Sinds de ontdekking van de CDH1-mutatie in 1998, wordt er onderzoek gedaan naar de genafwijking. Hierdoor komen er steeds nieuwe inzichten. De verandering in de percentages zijn het gevolg van die nieuwe inzichten.

 

Ontwikkelingen CDH1-mutatie
In 1998 ontdekte Parry Guilford uit Nieuw-Zeeland dat de CDH1-mutatie de oorzaak is van  maagkanker bij de inheemse bevolking van dat land, de Maori.

Het CDH1-gen zorgt voor de productie van E-cadherine. Dit E-cadherine is een eiwit waardoor cellen aan elkaar hechten. Bij een CDH1-mutatie werkt het E-cadherine minder goed. Het kan zijn dat hierdoor cellen niet goed aan elkaar hechten. Daardoor kan een ongecontroleerde groei aan cellen ontstaan, die zich diffuus (i) verspreiden door het maagslijmvlies.

De CDH1-mutatie komt niet alleen voor bij Maori, maar ook bij andere bevolkingsgroepen over de hele wereld. Internationaal wordt gesproken over het HDGC-syndroom (hereditary diffuse gastric cancer syndrome): erfelijk diffuus maagkanker.

 

Ontwikkelingen CTNNA1-mutatie
In 2013 ontdekten Rene Bernards en Annemieke Cats, beiden werkzaam in het Nederlands Kanker Instituut, dat een CTNNA1-mutatie ook een oorzaak kan zijn van erfelijke maagkanker.

Het CTNNA1-gen zorgt voor de aanmaak van het alpha-catenine-eiwit. Het is een hulpeiwit voor E-cadherine. Dit eiwit helpt, net als E-cadherine, mee om cellen goed bij elkaar te houden. Bij een CTNNA1-mutatie werkt het alpha-catenine-eiwit minder goed. Het kan zijn dat hierdoor cellen niet goed aan elkaar hechten. Daardoor kan een ongecontroleerde groei aan cellen ontstaan, die zich diffuus verspreiden door het maagslijmvlies.

 

Toelichting bij de illustratie
Als we spreken over ‘het risico op maagkanker’, bedoelen we daarmee de kans op maagkanker die de diepere lagen van de maagwand binnendringt. Dat heet gevorderde maagkanker. Dit type kan uitzaaien en is levensbedreigend.

 

Risicopercentages bijgesteld
Na de ontdekking van de CDH1-mutatie, werd het risico dat mensen voor hun 80e levensjaar maagkanker krijgen, ingeschat op 70 – 80%. In de jaren daarna werd dit stapsgewijs bijgesteld naar 30 – 40%. Nu wordt het risico geschat tussen de 10 – 40%.
Meer informatie over het actuele risicopercentage van CDH1

Toen de CTNNA1-mutatie werd ontdekt, schatte men het risico dat mensen voor hun 80e levensjaar maagkanker krijgen, op 50 – 60%. Nu wordt het risico geschat op minder dan 10%.
Meer informatie over het actuele risicopercentage van CTNNA1

 

Aanleiding bijstellen risicopercentages
De CDH1– en CTNNA1-mutatie werden ontdekt doordat artsen vooral families onderzochten waarin veel maagkanker voorkwam. In deze families kregen veel mensen met een mutatie ook maagkanker. Daarom leek het risico erg hoog. Later ontdekten onderzoekers dat er ook families zijn met een CDH1– of CTNNA1-mutatie waar minder mensen met de genmutatie maagkanker krijgen.

 

 

 

Laatst bijgewerkt: mei 2026